Kerkgebouw - van katholieke kloosterkapel naar geklasseerde Protestantse kerk

 

In de 16e eeuw kreeg de reformatie ook in Antwerpen veel aanhangers. In de Scheldestad heerste een Protestants klimaat en van 1577 tot 1585 was er zelfs een Protestants stadsbestuur. In 1583 werd Marnix van St. Aldegonde burgemeester. Hij is de vermoedelijke dichter van het huidige Nederlandse volkslied ‘het Wilhelmus’: Zuidelijke en Noordelijke Nederlanden waren toen nog één. Zij voerden samen strijd tegen Filips II van Spanje.

In 1585 werd Antwerpen veroverd door de Spaanse troepen: ‘De Val van Antwerpen’. De Protestanten kregen 4 jaar de tijd om te vertrekken of om terug Rooms-Katholiek te worden. De helft van de bevolking verliet de Sinjorenstad en na 1589 leefden de resterende Protestanten hier in de verdrukking. Samenkomsten waren verboden, maar werden in het geheim toch gehouden.

Aan het einde van zijn leven schonk Filips II de zuidelijke Nederlanden aan zijn dochter Isabella. Zij huwde met Albrecht, aartsbisschop van Toledo (die daarvoor dispensatie kreeg van de paus) en samen bestuurden zij ons gebied.

Als reactie op de periode van Protestantse reformatie kwam nu de contra-reformatie: het opnieuw leven inblazen van het Rooms-Katholieke geloofs- en cultuurleven en het wegpoetsen van alles wat Protestants was. Daartoe werden van allerwegen nieuwe bisdommen en kloosters opgericht. Ook verscheen er op bijna elke straathoek een Mariabeeld.

Hier op deze plaats bij de Kauwenberg kwam ook een klooster. Op 26 augustus 1615 legden Isabella en Albrecht persoonlijk de eerste steen van dit kerkgebouw. Het was van origine de kapel van een klooster van de zusters Annonciaden. Het kloostercomplex was veel groter en besloeg het terrein van de huidige nieuwbouw van de UFSIA tot aan de Rodestraat. De architect van de éénbeukige zaalkerk was Wensel Coeberger. De buitenlijnen van de gevel zijn nog hetzelfde. De bovenkant bestaat uit de originele rode Balegem Stenen. Bij de renovatie van 1904-1907 werd voor een deel ook fijnere Franse steen gebruikt. De zijgevels zijn voor het grootste deel nog in baksteen met de grijze zgn. speklagen.

 

De kerk heeft geen toren maar een klokkenhuis. De oorspronkelijke toren is ingestort bij een brand tijdens de Franse bezetting. In 1822 werd daarin de grootste luidklok van de Citadelkerk van het verdwenen Zuidkasteel opgehangen. Ze weegt 160 kg, en heeft de toonhoogte van sol. De klok zelf dateert uit 1616 en werd in Saksen gemaakt.

Hoe is deze kloosterkapel dan een Protestantse kerk geworden? Vanaf 1713 kwam de Oostenrijkse bezetting. Keizer Jozef II verbood in 1781 de kloosterorden zonder sociaal doel. Omdat de zusters Annonciaden zo’n bid- en bedelorde waren, kwam de kerk leeg te staan. Van de sacristij maakten de Oostenrijkers een stal voor officierspaarden. Later werd ook de kerk zelf gebruikt als paardestal. Bij de Franse bezetting werden de Pferden vervangen door cheveaux. In 1798 is het klooster openbaar verkocht. Voor de kerk en de annex-gebouwen vond men geen koper. Zij werden militair domein en de refter van het voormalige klooster werd een militaire bakkerij. Een daar ontstane brand sloeg over naar de kerk en het dak en de toren stortten in.

Nadat Napoleon bij Waterloo verslagen was werden de Nederlanden voor enkele jaren herenigd en mochten de Protestanten terug hun geloof in volle vrijheid belijden. Zij kregen deze kerk na veel gepalaber via koning Willem I. Op 1 juli 1821 is de verbouwde kerk door de toenmalige predikant ds. C.P. Winckel ingewijd. Vanaf toen is dit gebouw dus een Protestantse kerk. Dat de eerste predikant en de straat dezelfde naam droegen is louter toeval. Op een plan van 1610 staat de straat al vermeld als ‘Grooten Winckel’, waarschijnlijk vanwege de hoekvorming met de “Cauwenbergh”.

Op het einde van de 19de eeuw besloot men de kerk te renoveren. Toen kerkten hier naast een Nederlandstalige, of een Frans- en een Duitstalige gemeente. Voor de Eerste Wereldoorlog volgde in 1907 een grondige restauratie betaald door de Duitse kapitaalkrachtige gemeenteleden, waarvan velen in de dichtbij gelegen havenbedrijven werkzaam waren. De buitenlijnen van het kerkgebouw worden steeds origineel gehouden, de bovenkant bestaat ook nog steeds uit de oorspronkelijke rode Balegemsteen. De zijgevels zijn nog grotendeels uit bakstenen gemaakt, met zogenaamde witstenen speklagen. In plaats van de toren werd een achtkantig klokkenhuis opgericht (zie foto hiernaast).

Nu behoort het kerkgebouw aan de gemeente Antwerpen-Noord van de Verenigde Protestantse Kerk in België. De VPKB is de door de overheid erkende Belgische Protestantse Kerk en in 1979 ontstaan uit een fusie van verschillende Protestantse kerken. In de grootstad Antwerpen zijn vijf verschillende gemeenten van de VPKB.

Bij decreet van 3 maart 1976 werd deze Protestantse kerk als historisch monument geklasseerd. Als beschermd monument werd dit gebouw reeds verschillende malen opgenomen in het officieel programma van “Open monumentendag”, waarbij telkens op massale belangstelling mocht gerekend worden.