Vlak voor Kerst 2025 kreeg de kerk een cadeau: een originele Statenbijbel, die ooit had toebehoord aan ds. Pieter de Haan (predikant te Antwerpen 1924-1957). Zijn gelijknamige kleinzoon was met vrouw en dochter naar Antwerpen afgereisd, om het exemplaar aan de huidige predikant te overhandigen. Waar past zo’n waardevol en uniek examplaar beter dan in een kerk, die de vorige eigenaar zovele jaren met hart en ziel heeft gediend, was de gedachte. Ds. Hernandez nam namens de kerk de bijbel in ontvangst en sprak zijn dank uit voor dit kostbare geschenk.
Het boek kunt u digitaal doorbladeren op de website van ‘bijbelsdigitaal’. De scan die u daar ziet is 100% identiek aan ons exemplaar. En als u op de afbeelding klikt kunt u zowel de scan zelf als de transcriptie zien (met de roemruchte kanttekeningen).
Fotos van ons exemplaar van het ‘nieuwe oude boek’.
Toelichting op de Acte van Authorisatie
De opdrachtgevers van de bijbelvertaling, de Staten-Generaal (burgerlijke overheid), wilden met deze akte de echtheid van het verkochte exemplaar garanderen. In deze tekst verklaarden ze dat alleen exemplaren voorzien van hun wapen en de handtekening van Barent Langenes authentieke ‘Staten’-vertalingen waren. Dit is de akte bij het Oude Testament; voorafgaand aan het Nieuwe Testament was een soortgelijke verklaring opgenomen. Van 1636tot 1645 is iedere Statenbijbel persoonlijk getekend door Barend Langenes, toenmalige hoofd van de rekenkamer. Hij tekende als gemandateerde vanwege de Staten-Generaal. Enkel bijbels met deze acte, stempel en handtekening mochten verkocht worden.
DE Staten Generael der Vereenichde Nederlanden, allen den genen die desen sullen sien ofte hooren lesen, Saluyt, Doen te weten: Alsoo het Octroy by ons den xj. December, in den jare 1632. geconsenteert aen de Weduwe ende Erfgenamen van Hillebrant Iacobsz van Wouw, onse ordinaris Druckers tottet privative drucken, uyt-geven, ende verkoopen van den Nieuwen getranslateerden Bybel ende Nieuwe Testamenten, die nae ordre des laetsten Synodi Nationalis, door onsen last is gedaen Oversetten, expresselick dicteert, dat de voorsz Bybels ende Testamenten (onder anderen tot meerder sekerheyt ende evitatie van alle suppositie) met een gewoonlick Teecken sullen worden geteeckent, ende alsoo gebruyckt mogen worden. Ende dat dien volgens noodich is, dat totte voorsz Teeckeninge by ons een vertrouwt persoon werde gestelt.
SOO IST, dat wy om ’t goet vertrouwen ’t welck wy hebben ende stellen in den persoon van Barent Langenes, Camer-bewaerder van des Generaliteyts Reecken-kamer, den selven geauthoriseert hebben, ende authoriseren hem mits desen tot het voorsz teeckenen van den op-ghemelten Nieuwen getranslateerden Bybel, ende Nieuwe Testamente, om redenen voor-verhaelt, met sijn Signature ende Ons Wapen. Lastende ende bevelende allen ende een yegelick die dit eenichsins sal moghen aengaen, den voorsz Barent Langenes voor onsen geauthoriseerden in desen t’ erkennen: ende dien volgens sijn Signature met ons Wapen, in voegen als voren, op de meer-genoemde Nieuwe Bybels ende Testamenten gestelt zijnde, volkomen geloof te geven: Want wy sulcx tot evitatie van alle suppositie, ten regarde vanden selven Bybel ende Testamenten, bevonden hebben alsoo te behooren.
Gegeven inden Hage, op den 10 Iunij 1637.
Was geparaphreert, A. Ploos van Amstel, vt.
Onder stont, Ter Ordonnantie van de selve. Geteyckent Cornelis Musch.
Barent Langenes 1637
Cornelis Musch was griffier van de Staten-Generaal. Adriaen Ploos van Amstel was een afgevaardigde uit Utrecht. Barend Langenes was hoofd van de rekenkamer van de Staten-Generaal.
Orgelmuziek van Sigfrid Karg-Elert (1877-1933) en Camil Van Hulse (1897-1988)
12 april: Paascantate
Danielle Van de Vloet, sopraan / Agnes de Graaff, alt / Willem Ceuleers: tenorchalumeau en barokklarinet / Stef Willems, viool / Piet Stryckers, cello / Marie-Ange Boost, orgel
– Willem Ceuleers: Ik zeg het allen, dat Hij leeft, opus 1117 (2025)
orgelmuziek: Charles-Marie Widor: Symphonie Romane (over Haec dies)
10 mei: orgeldienst
Gerard Bunk (1888-1958)
14 juni: 3 violen en orgel
JeongSun Goo, Yuki Hori, Hermelinde De Smet: viool Willem Ceuleers: orgel
– Joseph Jongen (1873-1953): Épithalame opus 32 (1907)
– Willem Ceuleers (te componeren)
Orgelmuziek:
Philipp Wolfrum (1854-1919), uit ‘Dritte Sonate in f-Moll, opus 14 (1883) vooraf: Un poco grave sortie: Thema, 9 variaties en coda
Willem Ceuleers speelt werken van Sigfrid Karg-Elert
Dinsdag 23 september, 20u00
Inkom vrij / vrije bijdrage
Sigfrid Karg-Elert (1877–1933)
studeerde aan het Landeskonservatorium van Leipzig, waar hij in 1919 zelf docent werd. In zijn vroege werk klinkt de invloed door van Debussy, Skrjabin en Schönberg, maar gaandeweg ontwikkelde hij een eigen stijl waarin gewaagde chromatiek en rijke harmonieën samengaan met een fascinatie voor de polyfonie van renaissance en barok. In de Symphonische Choräle zoekt Karg-Elert steeds naar een klanktaal die de inhoud van de gezangen tot uitdrukking brengt. Hierbij volgt hij van heel nabij de tekst (aangegeven in de partituur – zie programmaboekje). Zo ziet dat er dan uit (een zin uit Jesu meine Freude) :
De koraalmelodie wordt ingebed in steeds nieuwe harmonische kleuren, waardoor de betekenis van de tekst muzikaal wordt uitgedrukt en verdiept. De Symphonischen Kanzonen tonen zijn meesterschap in het weven van expressieve melodielijnen in een breed symfonisch klankveld.
Volledig Programma
Zweite Sinfonische Kanzone, opus 85 nr. 2 (1911) Herrn Paul Gerhardt zu eigen
– Fantasie: Energisch, herb und gemessen – Kanzone: Ruhig, schlicht – Passacaglia und Fuge: Ruhig, doch ohne zu schleppen, mit merklicher Steigerung
Symphonischer Choral ‘Ach bleib mit deiner Gnade’, opus 87 nr. 1 (1911) Meinem Freunde Max Brüning zu eigen
Ruhig, schlicht, nicht schleppend Ach bleib mit deiner Gnade bei uns, Herr Jesu Christ, dass uns hinfort nicht schade des bösen Feindes List. Più mosso, non troppo andante Ach bleib mit deinem Worte bei uns, Erlöser wert, dass uns beid’ hier und dorte sei Güt’ und Heil beschert. Poco a poco più mosso Ach bleib mit deinem Glanze bei uns, du wertes Licht, dein’ Wahrheit uns um schanze, damit wir irren nicht. Quasi Adagissimo Ach bleib mit deinem Segen bei uns, du reicher Herr, dein Gnad und alls Vermögen in uns reichlich vermehr. Vivace molto con brio Ach bleib mit deinem Schutze bei uns, du starker Held, dass uns der Feind nicht trutze, slentando e lugubre noch fäll, die böse Welt. Tempo di corale Ach bleib mit deiner Treue bei uns, mein Herr und Gott, Beständigkeit verleihe, hilf uns aus aller Not.
Erste Sinfonische Kanzone, opus 85 nr. 1 (1911) Herrn Walter Armbrust zu eigen
– Kanzone und Tokkata Tranquillo con moto Allegro brillante e leggiero Im Zeitmass der Kanzone
Symphonischer Choral ‘Jesu, meine Freude’, opus 87 nr. 2 (1911) an Professor Karl Straube
– Introduzione (Inferno) Andantino agitato Non troppo lento Ach wie lang, ach lange ist dem Herzen bange und verlangt nach dir, Jesu, meine Freude ! Allegrissimo furioso Mag die Höll’ auch wüten… Ich kan Trotz ihr bieten, mir steht Jesus bei.
– Canzone: Tranquillo con molto espressione Weg mit allen Schätzen, du bist mein Ergötzen, Jesu, meine Lust
Weg ihr eitlen Ehren, will von euch nicht hören, bleibt mir unbewusst.
Elend, Not, Kreuz, Schmach und Tod soll mich, ob ich viel muss leiden, nicht von Jesu scheiden.
– Fuga con Corale: Allegro con spirito, non troppo lento Gute Nacht, du Stolz und Pracht, dir sei ganz, o Lasterleben, gute Nacht gegeben. Grandioso Weicht, ihr Trauergeister, denn mein Freudenmeister, Jesus, tritt herein. Denen, die Gott lieben, muss auch ihr Betrüben lauter Wonne sein. Duld’ ich schon hier Spott und Hohn, dennoch bleibst du auch im Leide, Jesu, meine Freude.
Het orgel
van Karg-Elert komt goed tot z’n recht op ons orgel, E.F. Walcker, 1905. Diens orgels staan in de Duitse romantisch-symfonische traditie, en bieden niet alleen een breed palet aan orkestrale kleuren en vloeiende dynamiek, maar maken ook subtiele klanknuances en vloeiende crescendo’s mogelijk die zijn impressionistische en laatromantische stijl vereisen. In de zopas voltooide deelrestauratie (fa. Verschueren) heeft de mixtuur, die in de jaren 1970 ‘scherper’ was gemaakt (naar de smaak van toen), z’n oorspronkelijke opbouw teruggekregen en versmelt weer heel mooi met de andere registers, geheel volgens de klank-esthetiek van Walcker. Ook de Quint is terug een subtiele vulstem geworden. Dit herstel bleek mogelijk, omdat alle pijpjes gemerkt waren.
Een kerkgebouw komt pas echt tot leven (en tot z’n recht) als het gebruikt wordt. En het best als dat gebeurt op een manier die bij het gebouw past.
In een ruime kerk, zoals de onze, met een mooie akoustiek (veel resonantie, niet teveel nagalm) is één van de meest geschikte levengevers : samen zingen, met het orgel.
Dat gaan we dus op deze Monumentendag (14 september 2025) doen. We putten hierbij uit de zangbundels die door de eeuwen heen gebruikt zijn (materieel en immaterieel erfgoed tegelijk) . Vier liederen zijn het geworden: een Geneefse psalm, een Luthers koraal, een Engelse hymn en een Duits/Nederlands geloofslied. We zullen ook de door de eeuwen heen gewijzigde zangwijze laten horen (dus beleven). Onderwijl komt ook Mendelssohn even langs.
We doen het twee keer: om 14u en om 15u. Duur 20 minuten.
De stellingen zijn weg, de lusters hangen weer, de banken zijn teruggeplaatst (nog niet op de Laatste foto’s). Er zal nog stevig gepoetst moeten worden, maar het begint weer op een kerk te lijken. Foto’s van de werken. Zopas werd ook het dossier voor de verbetering van de verlichting goedgekeurd (nieuwe plafondlampen, en spots voor het koor). De inkomhal zal deze week geschilderd worden, en dan begint vanaf 23/6 de orgelbouwer aan zijn deel van de job. Hij hoopt tegen het bouwverlof klaar te zijn.
Activiteiten
– Op 30 augustus zal het ensemble Arborescence een laat-avondconcert verzorgen (festival Laus Polyphoniae) met motetten van Philippe de Vitry. – Op 7 september zal de kerk weer als kerk in gebruik worden genomen. – Op 14 september zullen ook nieuwsgierige buitenstaanders met Open Monumentendag de kerk kunnen bezoeken (en beleven hoe ‘samenzang’ voelt en een ‘preek’ vanaf de kansel) – Op 23 september om 20u zal het orgel worden voorgesteld deels in z’n oude glorie hersteld, middels een orgelconcert door Willem Ceuleers.
Verhuizing oud archief
Het oud-archief van onze kerk (tot 1918) hebben we overgedragen aan het Felix-archief, wegens de belangrijke historische waarde. Naast onze eigen geschiedenis bevat dit namelijk ook het verhaal van de beide Duitstalige protestantse kerkgemeenten die er tot 1918 in Antwerpen waren: Onze kerk en de Christuskirche (Bexstraat 9-11). Daar zal het deels worden gedigitaliseerd, opnieuw geïnventariseerd en zo makkelijk raadpleegbaar voor onderzoekers van de stadsgeschiedenis.
Wisseling van de wacht
Op de komende gemeentevergadering (22/6) zal dhr. Dick Wursten zijn mandaat als bestuurslid neerleggen. Dhr. Wouter Van Hoof is bereid gevonden zijn mandaat te voltooien (tot 2026). Hij zal ook de functie van secretaris overnemen.
Wilt u ons steunen?
1. rekeningnummer van de Protestantse Kerk BE19 0000 1498 7712. U kunt uw gift ook een bestemming geven: ‘interieurschildering’, ‘verlichting’. 2. voor de orgelrestauratie hebben we een projectrekening bij het Koning Boudewijnfonds (Giften boven 40 euro zijn dan aftrekbaar van de belastingen): BE10 0000 0000 0404 met de volgende gestructureerde code : +++ 623/3910/50054 +++. U kunt dit ook online doen : https://donate.kbs-frb.be/actions/PRA-RMHWAntwerpen. (of scan deze QR-code)
Voordat ds. Pieter de Haan (zelf ook predikantszoon, geboren in 1890 in Ophemert) naar Antwerpen ging, was hij dominee van de Nederlands Hervormde Gemeente in Voorhout (bevestigd op 2 mei 1917 door zijn vader). Kort voordien is Pieter getrouwd met Nelly Liégeois. In het Boerhaavehuis (pastorie van Voorhout) worden twee dochters geboren.
Engelandvaarders Op 1 juni 1924 wordt Pieter de Haan eervol emeritaat verleend wegens zijn aanstaande vertrek naar Antwerpen. Hij wordt daar predikant bij de Protestantse kerk van België. Tijdens de Tweede Wereldoorlog maakt de woning van het gezin De Haan deel uit van een reeks adressen in de Van Niftrik route. Deze ontsnappingsroute wordt gebruikt door Engelandvaarders en vliegtuigbemanningen die in vijandelijk gebied terecht zijn gekomen. De Leidse studenten Pierre Louis d’Aulnis de Bourouill en Cees Droogleever Fortuyn zijn de eersten die deze route gebruiken. Ze komen bij Henk van Dulken aan de Italiëlei in Antwerpen terecht. Nadat Van Dulken en zijn zoon door de bezetter zijn opgepakt, biedt dominee De Haan aan Van Niftrik verder te helpen. Het aanbod is risicovol omdat de relatie tussen beide families algemeen bekend is. Er worden soms wel zes passanten tegelijk opgevangen voor de duur van tien tot twintig dagen.
Onderscheiden Pieter de Haan is in 1936 benoemd tot ridder in de Orde van Oranje Nassau en wordt in 1951 bevorderd tot officier in de orde. Hij is drager van de Erkentelijkheidsmedaille in zilver, Officier in de Kroonorde van België, Ridder in de Leopoldsorde en Drager van het Burgerlijk Ereteken eerste klas van België. Na zijn emeritaat verhuizen Pieter en Nelly de Haan naar Driebergen. Pieter overlijdt op 2 maart 1962 in Haarlem en wordt in Driebergen begraven.
Dit gebouw begon als een droom van 8 nonnetjes uit Leuven, onder wie de Antwerpse jongedames Josina De Smidt, Sara Herlinx en Jeanne Moerentorf… Een klooster voor Maria: in 1608 kwamen ze, in 1615 werd de eerste steen van dit gebouw gelegd door het aartshertogelijk paar Albrecht en Isabella, promotoren van de contra-reformatie… een laat-gothische eenbeukige kerk, onderdeel van het klooster der Annuntiaten.
Onder Jozef wordt het klooster ‘afgeschaft’ en wordt het hier een beestenboel en onder Napoleon… militair domein, bakkerij voor den troupe. Onder Willem I wordt dan deze contrareformatorische kloosterkerk toegewezen aan de protestanten en die timmeren de ruïne om tot preekkerk… met tribune boven de ingang, hier de preekstoel met daarboven het orgel… geen koor, geen glas-in lood ramen. Er moesten gewoon zoveel mogelijk mensen in kunnen. 600 toch zeker…
Van danaf, ook als België begint, is dit de Protestantse kerk van Antwerpen.
Waarom bent u hier vandaag (d.w.z. op dit colloquium over Duitse Antwerpenaars?
Antwoord : omdat zij hier ook zijn…
En dan bedoel ik niet eens zozeer de tentoonstellingselementen (waarin ook de afgebroken Tweede Duitse kerk van de Bexstraat tijdelijk op bezoek is in de kerk, waarvan zij zich in 1879 hebben afgescheiden). Neen, zij zijn hier veel nadrukkelijker dan u denkt. Die Duitsers van toen.. Hun geest hangt hier, hun namen zweven hier rond.
“Der spinnt…”
Neen, dat bedoel ik letterlijk. Maar je moet wel van/naar boven kijken:
5 koorvensters… Geschenk von Herrn und Frau Böcking
2 zijvensters Doop / Avondmaal: Herr und Frau W. Scheibler
C. Friz ( echt zo schrijf je het) een venster bij het orgel (galerij)
Fritz (Frédéric) Speth, E. Krumbholz de hoge vensters aan de zijkant
Uitlopend op het venster van Frau Schüll… RENOVATION EN 1907 met de 3 wapens in de 3 landstalen.
Het optimisme van voor WO I , het internationalisme, uit de tijd dat men dacht, hoopte, geloofde?… dat nationale identiteiten en loyaliteiten meervoudig konden zijn. Dat dat elkaar helemaal niet hoeft te bijten. Dit was hun kerk ! Dat was hun statement.
Hoe kwamen ze hier dan ?
Daarvoor neem ik u even mee in de tijd.
Begin 19de eeuw slaapt Antwerpen nog… een schone slaapster, met een mooi en rijk cultureel verleden, maar met weinig bedrijvigheid. Beetje Brugge.. Ooit handelsmetropool, nu al enige eeuwen een havenstad zonder toegang tot de zee… Je zou voor minder. Napoleon ziet het potentieel en begint met de modernisering van de infrastructuur. De stad ontwaakt, half. enkel militair èn Engeland ziet dat natuurlijk niet graag gebeuren.. Toch: er is weer bedrijvigheid in de havens, er zijn weer werven waar zeeschepen gebouwd worden.
Echter: wil er handel ontstaan zijn er handelaars nodig, ondernemers, transporteurs, scheepsbouwers, reders, die Antwerpen zien zitten als overslagplaats voor hun goederen.
In de tijd van Napoleon wagen zich de eerste (achteraf gezegd: vooruitziende) ondernemers richting Antwerpen (les frères Kreglinger)
In de tijd van de Verenigde Nederlanden (1815-1830) komt de havenmachinerie volledig (Napoleondok en Willemdok herinneren hieraan)
In de Belgische tijd (na 1831), ondanks systematische obstructie door de Nederlanders (1839 invoering van de Scheldetol, afgekocht in 1863) komt de haven dan tot grote bloei in de tweede helft van de 19de eeuw.
en … het waren voor een niet onbelangrijk deel Duitsers, die de schone Antwerpse slaapster hebben wakker gekust. (en de afkoop van de tol later die eeuw hebben gefinancieerd)
Logisch, vanuit Midden-Duitsland gezien ligt Antwerpen vlakbij en is goed bereikbaar. De haven kon redelijk gemakkelijk uitgebouwd worden – toen nog – en heeft het een groot ‘Hinterland’:
Naast België zelf (de zware industrie in Wallonië begint), Rijnland en Westfalen (handelspartners vanouds, veel leerlooierijen… die hun grondstoffen (huiden) uit Zuid-Amerika betrokken…
Sterker nog: niet enkel Hamburg/Bremen of Amsterdam/Rotterdam duchtten de concurrentie van Antwerpen, ook Le Havre/Rouen en zelfs Bordeaux keken met argusogen naar wat er in Antwerpen gebeurde in het begin van de negentiende eeuw.
Opvallend is dat degenen die als eerste de potentie van Antwerpen zagen, niet de Antwerpse zakenlui zelf waren, maar veeleer Franse, Hollandse en – hoe verder de eeuw vorderde – Duitse ondernemers. De Antwerpenaren waren op zich niet afwezig, maar zij hadden gewoon geen ervaring met maritiem ondernemerschap. Soms waagden zij zich daar wel aan, maar al snel ontdekten de meesten dat dat hun ding niet was. Financieren, bankieren, investeren, verzekeren, daarin lag hun kracht. Dat deden zij dan ook met verve (namen: bankiers Cogels en Le Grelle, om er slechts twee te noemen).
Handelsfirma’s die tot dan toe elders gevestigd waren, komen in de Franse tijd naar Antwerpen ‘op prospectie’ om te zien of binnen hun reeds bestaande handelsnetwerk de haven van Antwerpen geen mogelijkheden biedt. Zij hebben vaak reeds een internationaal netwerk en bezitten expertise in de maritieme handelswereld. We zien ‘broederkoppels’ verschijnen. Die worden als het ware vooruitgestuurd, verkennend, pionierend.
Achter deze individuen staat een familie, een thuisfront ook, en heel vaak reeds een bedrijf of een handelsonderneming.
De idee dat het romantische avonturiers waren, gaat aan dit essentiële gegeven voorbij. Het zijn netwerken die zich uitbreiden, of delen van netwerken die zich verplaatsten.
Bijna allen zitten ze in de internationale handel.
En: Opvallend is dat degenen die ‘het eerst kwamen, niet enkel het eerst maalden’, maar ook nadien de grote spelers zijn gebleven. Wat de Duitse kolonie betreft zijn de bekendste namen al in de Franse tijd in Antwerpen neergestreken.
De broers Christian en George Kreglinger. Zij zijn in 1797 reeds in Antwerpen. Ze richten geen nieuw bedrijf op, maar zijn de zoveelste tak aan een stevig in Europese bodem verwortelde boom. Ze kopen de vervallen en verlaten gildehuizen (afgeschaft) aan de Grote markt om hun kantoor in te vestigen. Why not?
De broers Johann-Abraham en Wilhelm Nottebohm (Bielefeld). Zij vestigden zich in 1811 in Antwerpen. Zij bedrijven handel, maar vooral zij investeren, faciliteren. Firma Nottebohm frères… Hun kunstminnendheid is legendarisch. Als zij gaan rentenieren, krijgt Antwerpen de Nottebohmzaal en mag Jef Lambeaux eindelijk de Brabo-fontein ontwerpen. Albert von Bary – hun Zuid-amerikaanse partner – neemt de zaken in 1882 over…
De broers Johan Ludwig en Christian Lemme. Zij arriveren in 1814 in Antwerpen, vanuit Frankfurt-am-Main (haven/handelsstad). Antwerpen is nog Frans: Lemmé. Ook zij komen in opdracht van hun oom: handel in wol en huiden…. Als de firma groeit richten zij een bijhuis op in London. Rond 1820 verhuizen ze hun kantoor naar een volledig gerestaureerd huis op de Meir (op de plek van het voormalige Karmelietenklooster, een zee van ruimte voor kantoren en magazijnen) en wordt Christian lid van de Kamer van Koophandel. Hun woning/Kantoor wordt later verkocht: … St Jan Berchmans college… Na de dood van Lemmé in 1863 wordt – en nu komen we bij de volgende grote naam, de zaak overgenomen door zijn schoonzoon en vennoot Ernest Osterrieth . Lodewijk (Louis) Lemmé gaat in 1869 een vennootschap aan met Gustave E. Kreglinger (kleinzoon van…).
De gebroeders Martin en Karl Grisar. Op de klank af zijn het geen Duitsers. Dat klopt ook: de familie Grisar heeft wortels in Luik, maar was reeds generaties lang actief in Duitsland (Nievern bij Ems) in de houtbewerking, en houtconstructie… scheepsbouw, rederij.. Twee broers Martin en Karl Grisar begeven zich begin negentiende eeuw naar Antwerpen… waar nog maar enkele reders actief zijn. In en havenstad moeten schepen gebouwd worden. vKarl Grisar associeert zich met de reder Anton Giese (uit Munster), een oom van de gebroeders Nottebohm, en de Engelsman W. Marsily, eveneens scheepsmakelaar, afkomstig uit London. De firma ‘Grisar & Marsily’ ziet het levenslicht…
Zij kwamen en zijn gebleven. Eigenlijk is het in de kern een heel kleine groep, die door z’n netwerk systematisch uit te breiden is kunnen uitgroeien tot ‘een Duitse kolonie’, die Antwerpen in de 19e eeuw heeft mee opgenomen in de vaart der volkeren.
En dat is dan nog maar de eerste golf / er komt een tweede (1870)…
– Na de Frans-Duitse oorlog (1870) komt er een tweede golf ondernemers.. uit die regio. bijv. de familie Bracht ( handel in ijzer- en staalproducten, cement en chemicaliën) en vooral van het handelshuis Eduard Karcher (wol en huiden).
Gaandeweg de negentiende groeide dit netwerk exponentieel. Het bleef sterk familiaal gekleurd, maar werd wel steeds groter en complexer. De families die zich hier al gevestigd hebben, raken via huwelijken met elkaar verbonden.
Men kan bijna willekeurig een naam noemen uit de Duitse gemeenschap van toen en dan door een genealogisch onderzoek te doen stuiten op een hele resem aan andere Duitse familienamen.
Zo trouwde Herman Osterrieth (geb. 1844), met Augusta Kreglinger (1848) en huwt hun dochter Helena (Hélène) met J. Von der Becke (van de Red Star Line). Haar jongste zus, Elsa, huwt met C.A. de Bary.
En als men nieuw bloed in de firma wenst en het is niet van hier, dan is er vast in het thuisland nog wel een betrouwbaar persoon die kan overkomen om te helpen. Heeft men een ‘nanny’ nodig: men laat er één komen uit Duitsland, of krijgt er één aanbevolen door een bevriende familie. In sociologische kringen spreekt men van ‘kettingmigratie’. Vanwege de grote mate van ‘zelfvoorzienendheid’ kan men dan ook – zeker vanaf het laatste kwart van de 19e eeuw – spreken van de ‘Duitse kolonie van Antwerpen’.
En voor u het beeld krijgt van een afgeschermde club, ons kent ons: Die groep was bijzonder goed geïntegreerd, midden in het leven, maatschappij. Voorbeeld:
1888 is Kaiser Wilhelm overleden en op het moment van zijn begrafenis in Duitsland werd er overal ter wereld door de Duitsers gebedsdiensten gehouden. Ook in Antwerpen… hier dus een Trauer-Gedächtnisfeier gehouden. De kerk was ‘in de rouw’. Zeer stemmig, overal zwarte fluwelen doeken… omfloersd .
Het programmablad begint met een uittreksel uit de notulen van de vergadering van het college van burgemeester en schepenen, waar burg. Leopold De Wael zijn medeleven uitspreekt met de Duitsers … dit alles natuurlijk in het Frans.
Nous comptons au milieu de nous une nombreuse colonie allemande…N’avons-nous pas tous, Messieurs, avec ces hommes, qui travaillent à côté de nous, au développement de notre commerce et de notre industrie, des relations suivies, voire même des rapports personnels et d’amitié... Nous désirons, Messieurs, qu’ils sachent la part que nous prenons au deuil qui les frappe.
.. au milieu de nous : dat mag u ook letterlijk nemen: Ik weet niet of dat op dat moment het geval was, maar Kreglinger, Grisar, Von der Becke… hebben in het college gezeteld. De kranten berichten van de viering, en melden de aanwezigheid van de provinciegouverneur en de burgemeester. De kerk was veel te klein. De Duitse Liedertafel (koor) zong. In het slotgebed werd – aldus de krant / precurseur – op indrukwekkende wijze gebeden voor de afgestorvene, de Duitse keizer, voor zijn familie en voor de Belgische koning en allen die alhier in hoogheid zijn gezeten..
En dat heeft men in 1909 nogmaals gedaan / dan in dit interieur / in de rouw: nu voor Le Roi Léopold…
Jahresbericht der Prot-Evg Gemeinde Antwerpen
Trauerfeier für den verewigten König der Belgier, Leopold II.
Nachdem der zweite König der Belgier, Se. Majestät Leopold II. in der frühe des 17. Dezember das Zeitliche gesegnet hatte, erschien es angemessen, dass auch die deutschen Protestanten der Stadt ihre Trauer durch eine grosse kirchliche Gedächtnisfeier bekundeten. Hatten doch solche grossen gemeinsamen Trauerfeiern bereits früher stattgefunden, und zwar für unsern verewigten Heldenkaiser Wilhelm I. im Jahre 1888 in der evang.-protestantischen Kirche und für die verewigte Kaiserin friedrich am 14. August 1907 in der Christuskirche.
So vereinigten sich denn auf Anregen des Pfarrers die beiden deutschen evang.-protest. Gemeinden am 2. Weihnachtstage in der evang.-protest. Kirche zu einer grossen gemeinsamen Trauerfeier für den verstorbenen König, eine Feier, zu welcher sich die Vertreter des Kaiserlichen Generalkonsulats sowie unsrer Schulen und Vereine zahlreich eingefunden hatten. Der Trauerschmuck der Kirche, besonders der sich über dem Altarplatz erhebende Baldachin mit seinen vier grossen herabhängenden, den ganzen Altarplatz überschattenden Trauerfloren verlieh der Kirche auch äusserlich ein für diesen Zweck besonders stimmungsvolles Gepräge. Der Pfarrer, dem die Gedächtnisrede zufiel, zeichnete die markante Persönlichkeit des hohen Entschlafenen und sein grosses Werk, dem wie das belgisehe Volk so auch die in Belgien lebenden Deutschen ihre Bewunderung zollen.
Alles in allem war diese Trauerfeier eine würdige und imposante Kundgebung dafür, dass die deutsche Kolonie, wie in guten, so auch in schweren Tagen treu zu dem belgischen Volke steht, innerhalb dessen sie ihre zweite Heimat gefunden.
Men was Duitser èn Antwerpenaar… Belg en wereldburger.
Onderwijl roept zo’n aanwezigheid ook zelf activiteit op: Duitse bakkers, Duitse boekhandel, Duitse drukkers, noem maar op.. Duitse cafés met Duits bier (per regio), Duitse hotels (Weber, Stein) ook per regio…
Duitse winkels: Den Tietz (nu Inno)
En in de haven, de kroegen, de estaminets, de bordelen…
Duitse verenigingen
Als je drie Duitsers aan een tafeltje ziet zitten en ze spreken met elkaar, wat zij ze dan aan het doen ? Een vereniging oprichten.
Wilt u turnen: ga naar Deutsche Turnverein Germania.. Wilt u zingen, wordt lid van de Deutsche Liedertafel… Bankier Wilhelm von Mallinckrodt was jarenlang de Voorzitter. Felix Welcker (uit Brussel) de dirigent.
Wilt u sporten: Join the Beerschot Athletic Club… Ja die Duitsers waren geen bekrompen geesten: Engeland is de dichtstbijzijnde handelspartner. Een van de kinderen Grisar was in Oxford geweest en had de smaak te pakken gekregen.
Houdt u van muziek: De Société Royale d’Harmonie aan het Warandepark (nu Albertpark) blonk uit door haar concertleven. Volgens de Baedeker uit 1894… Vooral in de zomer the place to be… (niet te missen), vanwege de openluchtconcerten. Ja ze spreken natuurlijk naast Duits en Engels ook Frans. .. zeker Frans.
Ook cultureel is het niet eng Duits.
De beroemdste muzikale telg uit de Duitse kolonie was Albert Grisar… en die vierde zijn triomfen in Parijs… Charmante muziek…. Veel minder Duits dan de Antwerpse componist Peter Benoit om maar eens iets te zeggen
Hun identiteit is dus een multiple identity, Niet of-of, maar en-en… Ik heb Frans en Engels al genoemd. Maar daar kwam vaak nog een Spaanse bij – een Zuid-amerikaanse kleur.
Veel handel werd gedreven met Zuid-Amerika, de La Plata Staten: Arg Uru Para…
In huiden, in wol, leer.. achterland vol lederbewerking. Karl von Bary (zoon van H. Albert)… Neen: Carlito de Bary.
En ze doen mee en ze durven. Beroemd zijn hun soirées, feesten, … Komt er een buitenlandse gast, potentiële investeerder, de burgemeester van Antwerpen deed niets liever dan De Bary (von Bary) vragen om de ontvangst te regelen…
Het contract was gegarandeerd binnen.
In het begin van de 20ste eeuw was er een vereniging die die verenigingen verenigde.. Zentralausschuss Deutscher Vereine.. Von Bary was de voorzitter, wie anders… Er stonden er wel 50 in.
Nu ben ik terug bij de vraag:
Hoe kwamen ze dan hier, in deze kerk?
Het antwoord is heel simpel: Waar moesten zij naar de kerk ? Deze Duitsers…
Als ze RK waren, geen probleem… Afgezien van de taal: Tellen en bidden doe je in moederstaal. Daar is al snel een mouw aangepast: wil je een Duitse mis: ga naar de Jezuieten aan de Frankrijklei.
Maar de meesten waren niet katholiek, maar ‘Evangelisch’. Dat wil zeggen: protestant. En die kerk was hier. Deze kerk dus… Alleen zoals al gezegd, deze kerk zag er heel anders uit dan nu en eind 19de eeuw was ze uitgewoond…
Er moest wat gebeuren.
in 1901 wordt Richard Böcking voorzitter van de Verwaltungsrat…
Net als Lemmé, Karcher, Fuhrmanns, zat Böcking (Königs-Günther) in de wol en huidenhandel. Hij had goed geboerd. Hij was binnen… Blijkbaar wilde hij zijn ondernemerstalent nu ook wel eens ergens anders op richten dan op wol en huiden: Op de kerk, op de school – hij geef de diakonieschool achter de kerk weer een nieuwe impuls, en vooral in de Wohlfartsausschuss… Hij zit in tal van charitatieve verenigingen.
Hij koopt het hoekhuis Winkelstraat-Kauwenberg en maakt er een Duits Evangelisch Altenheim op .
Overal zit hij in, achter.
Wat de kerk betreft: Hij krijgt voor elkaar dat er geen opknapbeurt komt, maar een Total make over… een kerk naar hun droom, Luthers… en qua esthetiek: … Waarom deze laat-gothische kerk geen neo-gothische saus geven…
Hij start het traject… en – zoals alles wat hij onderneemt – het lukt.
Hij betaalt wel een groot deel uit eigen zak, maar dit terzijde…
En het resultaat mag er zijn…
Pronkstuk is de INKOMHAL met daarboven het doksaal met Walckerorgel, Duits, 15 families betaalden het samen, 14 Duitse en 1 Nederlandse naam (Pijl). Het stond er reeds in 1905. als u dat geluid hoort, dan bent u in hun wereld…
En niet te vergeten: De banken waarop u zit …. zijn 1907 betaald door: Peter Fuhrmann, Frau Gerlinger, Ernst Karcher, W. Marsily en Julius Rautenstrauch, sponsorden samen met Frau J. von der Becke, Charles Good, Frau Ingenohl… de helft…
De rest kwam van Eugène Kreglinger, Von Mallinckrodt, Friedrich Speth, Von Weber…
en nog een reeks kleinere giften. ..
Baron von Ohlendorf regelt de betaling en vult het tekort aan..
Altaar en de kansel : Durch den kaiserlichen Deutschen Gesandten bei den La-Plata Staaten, Herrn J. von Waldthausen in Buenos Aires… Der seine Trauung nicht vorübergehen lassen wollte, ohne der Kirche, in welcher dieselbe stattgefunden hatte, durch diese reiche Stiftung zu bedenken..
waarvoor wij hem bij dezen onze warmste dank ten uitdrukking brengen…
Met wie was die Duitse consul gehuwd ? – … met een dochter van Böcking.
En dan viel het doopvont toch wel erg in het niet… Mwa, zei de oude Baron August von Ohlendorff, daar zal ik wel voor zorgen. En hij regelt via zijn zoon een onderhoud met de architect en net voor het eind van 1907 staat er ook een nieuw doopvont inclusief… een prachtvolles darüber schwebendes Deckel.
Kortom:
Vlak voor het uitbreken van WO I was er in Antwerpen dus een zeer krachtige, volledig met het sociale, culturele en economische weefsel van de stad verweven, en vooral ook zelfbewuste Duitse kolonie.
Hoewel niet de grootste buitenlandse aanwezigheid (dat waren de Nederlanders) was zij met haar goed 6% van de bevolking bepalend voor het leven in de stad.
De eerbiedwaardige oer-belgische cultuurkring Cercle Philotaxe-Philadelphie beschreef zichzelf in het societyblad ‘Tout-Anvers’ van 1913 met de alleszeggende zin: le plus cosmopolite: l’élément allemand y domine. De drie begrippen: Belg, kosmopoliet, en Duits werden op dat moment niet als conflicterend beleefd. Dat zou dus snel veranderen.
Toen WO I uitbrak geraakte juist deze groep in een morele spagaat. De spanning rond hun aanwezigheid in Antwerpen was voor de oorlog al aanzienlijk gestegen, maar kon nog afgedaan worden als Franse propaganda (wat het ten dele ook was).
Toen de oorlog uitbrak, keerde de bevolking zich massaal tegen de Duitse kolonie. En men maakte geen onderscheid. Veel Duitse gezinnen werden letterlijk uit de stad gejaagd en vluchtten naar Nederland of Engeland, anderen werden geïnterneerd.
Plots stonden de Duitse Antwerpenaars voor een keuze die zij zelf niet als zodanig beleefden (tot dan), een verscheurende keuze : Opeens was het zwart-wit: of Duits of Belgisch, niets ertussenin en ook niets erboven uit.
De verbondenheid met het Duitse moederland (cultuur) kwam zo in conflict met de sterke band die ze met Antwerpen en de Belgische bevolking hadden. Veel reeds lang in Antwerpen gesettelde families kozen resoluut voor hun Belg-zijn en toonden dat ook in het openbaar, tot in de pers toe… Moesten hun vaderlandslievendheid in de hoogste en stelligste bewoordingen publiekelijk belijden..
En dan daarna..
Toen Antwerpen viel en de verdrevenen terug konden keren – opgeroepen werden bijna door de Duitse bezetters – was de spanning in de stad te snijden. De gruwelen die de Duitse troepen hadden aangericht èn de vele verhalen die daarrond de ronde deden…
U begrijpt: veel Duitsers keerden niet terug.
Zij die wel terugkeerden troffen bij thuiskomst soms hun huizen en winkels leeggeplunderd aan en stootten vervolgens op een muur van wantrouwen. De één al meer van harte liet zich paaien door de Duitse bezetter die hen beloofde te steunen. Deze poogde welbewust de Duitse kolonie voor z’n karretje te spannen. De wederopbouw van het kerkelijk leven van de beide Duitse kerken en de heropening van de Duitse School (Drirecteur: dr. Bernard Gaster, prominent lid van de tweede duitse kerk, de Christuskirche) werden sterk aangemoedigd. Er werd een Wohlfahrtsausschuss der deutschen Kolonie opgericht bedoeld om het Duitse leven in Antwerpen te herstellen.
Voorzitter werd, inderdaad, de Antwerps-Duitse handelsman Richard Böcking (voozitter van de Verwaltungsrat). Ook in het bestuur zaten Dr. Gaster van de Allgemeine deutsche Schule en Pfr. Eichler van deze kerk.
Uit protest stapten enkele Duitse families op en bleven andere Belgisch-gezinden weg.
Het merendeel bleef echter, waaronder de twee grote geldmagnaten Von Bary en Mallinckrodt. Zij kozen radicaal voor een pro-Duitse houding. Maart 1916 werd beslist het traditionele gebed voor de koning af te schaffen. Voortaan werd enkel nog gebeden voor de keizer.
Een mono-cultuur verstikt een multi-cultuur. Identiteiten die zich sluiten, sluiten anderen uit.
De kerk was een Duitse kerk geworden, hoewel ze officieel een Belgische kerk was.
En van al de namen die hier in de kerk gegrift zijn: enkel Fr. Speth heeft de lijn doorgetrokken en in Kapellen nog zijn sporen nagelaten. (zoon Hans/Jean burgemeester, kleinzoon Philippe soldaat in WO IIm gesneuveld, home ‘Philippe Speth’
Oh ja, nog één ding. Een protestant is een overtuiging, twee is een kerk, drie is een … afsplitsing.
Er was sinds 1879 nog een tweede Duitse kerk, een afsplitsing van deze hier. De weggelopenen vonden de nieuwe predikant, Jean Seitz, veel te liberaal. 23 prominente leden verenigden zich en begonnen eigen diensten te leggen en al heel snel groeide de groep zo aan dat men een eigen kerkgebouw wilde hebben. Dat werd dus de tweede Duitse kerk, de Christuskirche, exclusief Duits, geen NL talige gemeenschap zoals hier.
In die kerk kwam het tot een echte strijd tussen Belgische en Duitse strekking. Toen de eigen predikant, Pfarrer Frick, bij het uitbreken van de oorlog naar Aken vluchtte en vervolgens als garnizoenspredikant meetrok met de invallende Duitse legers en gelegerd werd bij Luik, zat het spel op de wagen.
U kunt zich dat wel voorstellen: Terwijl dhr. Fuhrmann sr. in de Bestuursraad zat en Pfr. Frick de Duitse troepen begeleidde, zat zoon Fuhrmann in het Belgische leger. Hij lag samen met één van de broers Karcher bij Lier, waar ook een Osterrieth gelegerd was.
Sterker beeld heb ik niet… Bij de Duitse inval zijn er ook Duitsers die zich overvallen voelen. In de Christuskirche bleven uit protest 30 à 40 families bleven weg uit de erediensten en dat waren niet de geringsten: fam. Bracht, Bunge, Gerling, Nieberding, Karcher en Schmid-Kreglinger. De heren E. Karcher en R. Ehrhardt legden om deze reden reeds in 1915 hun ambt als ”Älteste” (oudste, ouderling, lid van de Kirchenvorstand) neer. Alfred Schuchard vroeg als bestuursraadslid (Verwaltungsrat) om een gemeentevergadering ten einde het Belgische karakter van de kerk te bevestigen. Het werd hem geweigerd.
Toen het duidelijk werd dat de kerkeraad – inmiddels zonder verkiezing aangevuld met twee leden die wel pro-Duits waren – bezweek voor de verleiding om het ‘Deutschtum’ als identiteit aan te nemen, besloten dezelfde families om voortaan franstalige diensten te gaan beleggen. Ze lieten zich nog niet uitschrijven. Dhr. Alfred Schuchard en vader (en later: zoon) Davidis (lid van Kirchenvorstand) bleven aandringen op die ‘gemeentevergadering’ waarin men over de toebehorigheid van de Christuskirche: Duits of Belgisch, zou stemmen. De discussie concentreerde zich op het al-dan-niet ongepast zijn van het inrichten van een officiële kerkelijke vieren van de Kaisergeburtstag. In vredestijd acceptabel, vond Schuchard, in oorlogstijd hoogst ongepast. Pas op 31 mei 1918 komt er een gemeentevergadering die geen uitsluitsel brengt. Vervolgens wordt er op 7 oktober 1918 een uitzonderlijke gemeentevergadering bijeengeroepen waar de weinig overgebleven stemgerechtigde leden (in september is iedereen nog eens aangeschreven om zijn bijdrage te betalen en zijn er brieven in het archief bewaard waarin een hele reeks bekende namen zich uitdrukkelijk distantieert van de Christuskirche) Die overblijven, zijn quasi volledig verduitst. Met name dr. Gaster valt op. In september had Pfr. Frick een beroep aan naar Elberfeld aangenomen, maar probeert ter gemeentevergadering uit alle macht nog om de Christuskirche te ‘redden‘ voor Duitsland door aansluiting te zoeken bij de Preussische Landeskirche. Een brief van Schuchard (toegelicht door zijn spokesman, C. Davidis) zaait echter zoveel twijfel over de rechtsgeldigheid van de vergadering (men wil de regels volgen), zodat men enkel een intentie-besluit durft te nemen. Die wordt in een brief geformuleerd om in een volgende rechtsgeldig samengeroepen vergadering te wroden bekrachtigt. Die buitengewone gemeentevergadering wordt samengeroepen op 29/10/1918, maar dan zijn er nog maar 6 personen aanwezig. HIerop constateert de secretatis gewetensvol: Die Versammlung ist beschlussunfähig.Het besluit om de Christuskirche dus uit de Belgische Synode te onttrekken en bij de Evangelische Kirche van Duitsland te trekken is dus nooit officieel genomen. Nochtans werd de kerk na de oorlog onder sekwester gesteld (Zie hiervoor Vrints, Klippen). Precies het lot dat Schuchard had proberen te voorkomen.
Het is duidelijk: niet pas in 1918, maar reeds in 1914 heeft de Antwerpse Duitse kolonie de doodssteek gekregen. De rest tot en met de afbraak van de prachtige Christuskirche in 1978m was enkel de voltrekking van een onafwendbaar lot.
Om over dat stukje vergeten Antwerpse geschiedenis na te denken, bent u hier…